direct naar inhoud van Ruimtelijke onderbouwing Hoepman Suikerwerken B.V.
Plan: Silo Hoepman
Status: ontwerp
Plantype: omgevingsvergunning
IMRO-idn: NL.IMRO.0018.OV008Hoepman-20on

Ruimtelijke onderbouwing Hoepman Suikerwerken B.V.

Hoofdstuk 1 Omschrijving van het project

1.1 Het project

Hoepman Suikerwerken B.V. is van oorsprong een familiebedrijf dat is gevestigd aan de Ambachtsweg 1 te Hoogezand. Sinds 2000 is Hoepman Suikerwerken B.V. onderdeel van Haribo. Haribo heeft in totaal 16 productielocaties. Hoepman Suikerwerken B.V. is een bedrijf waar circa 40 mensen werkzaam zijn.

Hoepman Suikerwerken B.V. heeft een suikersilo geplaatst op het terrein aan de noordzijde van het bedrijfspand. De hoogte van de silo is 13.82 meter. Deze ruimtelijke onderbouwing is onderdeel van de legalisatie van de plaatsing van de suikersilo.

Voor dit plan heeft Hoepman Suikerwerken B.V. een aanvraag omgevingsvergunning ingediend. De te bouwen silo past in het bouwvlak maar past qua hoogte niet binnen de voorschriften van het geldende bestemmingsplan omdat de hoogte van de te bouwen silo de voorgeschreven bouwhoogte van 10 meter overschrijdt. De gewenste bouwhoogte van de suikersilo is 13.82 meter.

afbeelding "i_NL.IMRO.0018.OV008Hoepman-20on_0001.png" afbeelding "i_NL.IMRO.0018.OV008Hoepman-20on_0002.png"

1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied

Het planperceel betreft de Ambachtsweg 1. Het bedrijfsterrein wordt omsloten door de Nijverheidsweg aan de noordzijde en de Julianastraat aan de zuidzijde.

Aan de noordzijde van het perceel is een parkeerterrein voor het personeel aanwezig en bevind zich het laadplatvorm van de inrichting.

De dichtstbijzijnde woningen liggen aan de Julianastraat ten zuiden van de inrichting. Deze woningen zijn op globaal 200 meter afstand gelegen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0018.OV008Hoepman-20on_0003.jpg"

foto noordzijde pand Hoepman Ambachtsweg 1 te Hoogezand

1.3 Beschrijving van het plangebied

Hoepman Suikerwerken B.V. ligt in het bedrijventerrein FoxMart. Het plangebied FoxMart bestaat feitelijke uit drie deelgebieden, Foxhol, Foxham en Martenshoek-Zuid. Hoepman ligt in het deelgebied Martenshoek dat is gelegen ten zuiden van de Industrieweg. Aan de zuidzijde vormt de bebouwing aan de Julianastraat de grens. Het gebied is bereikbaar via meerdere zijstraten van de Julianastraat en de Industrieweg.

De plaatsing van de bebouwing op Foxmart is gevarieerd; soms strak in de voorgevellijn en soms verspringend en overwegend op ruime afstand tot de weg. Het bebouwingsbeeld is relatief open door een clustering van bebouwing en relatief grote afstanden tussen bedrijven. Een duidelijke hoofdrichting kent de bebouwing niet: soms is deze haaks op de weg of haaks op het water en in andere gevallen evenwijdig aan de weg dan wel het water. De bebouwing bestaat hoofdzakelijk uit bedrijfsloodsen van verschillende omvang met een plat dak. De bebouwing varieert sterk qua hoogte, kleurstelling en materiaalgebruik.

Voor de bedrijventerreinen FoxMart, waarin dit bouwplan ligt, wordt prioriteit gegeven aan de werkfunctie. Er is een revitalisering in gang gezet om de aantrekkelijkheid voor bestaande en nieuwe bedrijven te vergroten. Aan de Industrieweg worden de 'voorkantsituaties'' aangekleed met lage beplanting om de beeldkwaliteit te verbeteren. Het zicht op 'achterkantsituaties'' wordt door hoger groen verminderd.

Voor het hele gebied is een keuze gemaakt voor behoud van de bedrijfsmatige functie en om ruimte te bieden aan nieuwe ontwikkelingen op dit vlak. Ter invulling en versterking van de bedrijfsmatige functie is de bestemming Bedrijfsdoeleinden aan alle bedrijfspercelen gegeven. Dit bouwplan past binnen het huidig ruimtelijk kader.

1.4 Planologisch kader

Het bedrijf Hoepman Suikerwerken B.V. ligt binnen de bestemming "Bedrijfsdoeleinden" van het geldende bestemmingsplan “Bedrijventerreinen Foxmart“ dat op 21 november 2006 door de gemeenteraad van Hoogezand-Sappemeer is vastgesteld. Dit bestemmingsplan is gedeeltelijk goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Groningen bij besluit van 19 juni 2007.

afbeelding "i_NL.IMRO.0018.OV008Hoepman-20on_0004.png"

Fragment geldend bestemmingplan

Het bouwplan van Hoepman Suikerwerken B.V. is wat te betreft de te bouwen hoogte in strijd met de voorschriften van het geldende bestemmingsplan "Bedrijventerreinen FoxMart".

Ten aanzien van de bouwmogelijkheden bevat het geldende bestemmingsplan de mogelijkheid om tot een bouwhoogte van 10 meter te bouwen. Het was de bedoeling om in dit bestemmingsplan een vrijstellingsmogelijkheid op te nemen tot een bouwhoogte van ten hoogste 40 meter. De afweging in het betreffende voorschrift voor het verlenen van vrijstelling betrof enerzijds de noodzakelijkheid voor de bedrijfsvoering en anderzijds dat er geen overwegende beperkingen voor het gebruik op omliggende percelen zou optreden. Met inachtneming van dit voorschrift zou de vrijstelling kunnen worden verleend. Echter is dit vrijstellingsvoorschrift, bij het besluit van Gedeputeerde Staten (GS) van 19 juni 2007 niet goedgekeurd. Gedeputeerde Staten hebben gemeend dat goedkeuring aan dit voorschrift moest worden onthouden, omdat uit jurisprudentie zou blijken dat vrijstelling alleen op ondergeschikte punten zou mogen worden verleend. De grootte van de vrijstellingsmogelijkheid waarbij de bouwhoogte van 15 meter naar 40 meter kan worden verhoogd, zou volgens GS niet als ondergeschikt kunnen worden beschouwd. Dit betekent echter dat GS geen bezwaren had tegen een bouwhoogte van 40 meter op zich, maar alleen de manier waarop het opgenomen was in het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen FoxMart".

Op dit moment is de gemeente bezig met het project bedrijvigheid en leefbaarheid de verwachting is dat we medio een en ander hebben vormgegeven. In dit nieuwe bestemmingsplan wordt dan ook ingespeeld op de goedkeuringsonthouding door de provincie deze zal gecorrigeerd worden.

De omgevingsfactoren zijn voor dit bouwplan beoordeeld (zie hoofdstuk 3 Omgevingsfactoren) en leiden niet tot belemmeringen.

Stedenbouwkundige aspecten

De nieuwe uitbreiding van Hoepman Suikerwerken B.V. voegt zich op een herkenbare wijze in het plangebied. De functie van het gebouw is duidelijk herkenbaar en vormt een alzijdig aanzicht.

Plaatsing

Het open beeld passend bij gebied Bedrijventerrein FoxMart blijft gewaarborgd.

De procedure

Hoepman Suikerwerken B.V. heeft zowel vergunning gevraagd voor de activiteit "het bouwen van een bouwwerk", op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), als voor de activiteit "het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan", op grond van artikel 2.1, eerste lid onder c van de Wabo". In artikel 2.12 staat een opsomming aan mogelijkheden om te mogen afwijken van het bestemmingsplan. De tekst van het eerste lid, onder a, onder 3° (dat hier van toepassing is) luidt: een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Het voorliggende document is de gevraagde ruimtelijke onderbouwing. Van belang is nog dat voor een afwijking van het bestemmingsplan als in het onderhavige geval het Besluit omgevingsrecht (Bor) bepaalt dat een dergelijke omgevingsvergunning slechts kan worden verleend nadat de gemeenteraad heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft. Echter kan de gemeenteraad categorieën gevallen aanwijzen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist (art 6.5, lid 3 Bor). De gemeenteraad van Hoogezand-Sappemeer heeft bij besluit van 26 april 2011 besloten dat alle activiteiten waarvoor ten behoeve van een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo toepassing wordt gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo, met toepassing van artikel 6.5 lid 3 van het Bor, aan te wijzen als categorie, waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist. Het onderhavige plan valt onder dit besluit.

Hoofdstuk 2 Beleidskader

2.1 Rijksbeleid

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bevat de visie van het kabinet op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland en de belangrijkste doelstellingen ten aanzien van de ruimtelijke inrichting en ontwikkeling. In het ruimtelijk beleid wordt ingezet op sterke steden en een vitaal platteland. De strategie om dit te bereiken bestaat uit een bundeling van verstedelijking en economische activiteiten. In dit kader valt Hoogezand-Sappemeer binnen het stedelijk netwerk Groningen-Assen. Behalve inzet op een verdere verstedelijking in de stedelijke netwerken is een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied door herstructurering een belangrijke doelstelling. Geconstateerd wordt dat de kwaliteit van de ruimte op spoorwegemplacementen, haven- en industriegebieden en andere verouderde bedrijventerreinen nogal eens tekort schiet. Een andere reden voor de herstructureringsopgave vormt de constatering dat de vraag naar bedrijfslocaties en –gebouwen steeds gevarieerder wordt. De dienstensector groeit en laat zich makkelijker dan voorheen mengen met andere functies en vraagt daar ook naar. Ook is vernieuwing van de Nederlandse economie noodzakelijk. Dit vraagt om kwaliteitsverbetering van bedrijventerreinen en gebouwen.

Verder wil het kabinet dat Nederland goed bereikbaar is en aantrekkelijk om in te wonen en te werken. Reizen via weg, water en spoor wordt op elkaar afgestemd, zodat mensen en goederen sneller op hun bestemming aankomen. Ook is aandacht voor een gezonde en veilige leefomgeving. Zo investeert het kabinet in de bescherming tegen wateroverlast en geluidsoverlast.

Het voorliggende bouwplan voldoet aan de doelen en uitgangspunten zoals omschreven in het rijksbeleid.

2.2 Provinciaal beleid

Provinciale Staten van de provincie Groningen hebben op 17 juni 2009 het derde Provinciaal Omgevingsplan 2009-2013 vastgesteld. In dit plan voor de fysieke leefomgeving is de ontwikkeling van de provincie geschetst. Met deze versie van het POP is een provinciale omgevingsverordening (POV) vastgesteld.

De POV, met uitzondering van een aantal onderdelen, is met ingang van 22 december 2009 in werking getreden (bij GS besluit van 2 februari 2010). De verordening is op 2 februari 2011 reeds op technische onderdelen aangepast. Mede naar aanleiding van de uitkomst van een begin 2011 uitgevoerde evaluatie is de POV in onderdelen herzien en in werking getreden op 1 juni 2013.

In de POV heeft de provincie regels opgenomen om de doelstellingen aangegeven in het derde Provinciale Omgevingsplan (POP) te realiseren. Met deze regels wil de provincie vooraf duidelijkheid scheppen over de provinciale belangen waarmee de gemeente bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moet houden.

Beleid met betrekking tot bedrijvigheid

Hoogezand-Sappemeer is de vierde industriekern van Noord-Nederland. Binnen de regio Groningen speelt Hoogezand-Sappemeer een eigen rol wat mogelijk gemaakt wordt door de uitstekende ontsluiting via de weg, het spoor en het water.
De regio Groningen-Assen maakt als één van de zes nationale stedelijke netwerken deel uit van de Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur. Het Rijk ziet een nationaal stedelijk netwerk als de motor voor de economische ontwikkeling van een groot gebied. De provincie wil het Nationaal Stedelijk Netwerk Groningen-Assen economisch sterker ontwikkelen. Hiervoor zet ze in op de potenties van de aanwezige sterke economische sectoren en op de aantrekkelijkheid van het woon- en leefklimaat.

De provincie Groningen stelde zich in het eerste en tweede omgevingsplan ten doel de concurrentiepositie van het Noorden te verbeteren. Deze verbetering is volgens de omgevingsplannen te bereiken door nieuwe en bestaande economische activiteiten te stimuleren. Nieuwe werkgelegenheid ligt vooral in de industrie- en dienstensector. Het omgevingsplan wijst economische kernzones aan waar stuwende bedrijvigheid, die een (boven)regionale functie heeft, geconcentreerd moet worden. Hoogezand-Sappemeer is één van deze kernzones. Alleen bedrijventerreinen in de kernzones krijgen van de provincie financiële steun voor ontwikkeling en/of uitbreiding. In de kernzones is tevens ruimte voor bedrijvigheid op lokale terreinen. Er is buiten Groningen alleen ruimte voor kleinere kantoorlocaties voor bedrijven met een regionaal verzorgende functie. De omgevingsplannen zien voor Hoogezand-Sappemeer met name aanvullend aan de gemeente Groningen perspectief voor bedrijven uit diverse sectoren (industrie, handel, transport, ICT) op gemengde bedrijventerreinen. De provincie geeft financieel prioriteit aan revitalisering van bedrijventerreinen in de kernzones.

In het derde omgevingsplan zet de provincie deze beleidslijn voort. Uit analyses blijkt dat tot 2020 in de provincie voldoende bedrijventerreinen beschikbaar zijn om aan de vraag te voldoen. Prioriteit wordt gelegd bij herstructurering en vitalisering van bestaande bedrijventerreinen.

Het plan van Hoepman past binnen de uitgangspunten van het POP en POV.

2.3 Gemeentelijk beleid

Toekomstvisie Boeg Beelden 2015

Boeg Beelden 2015 (vastgesteld november 2002) is een toekomstvisie met daarin de hoofdlijnen van beleid voor de Gemeente Hoogezand-Sappemeer in de periode tot 2015. Het geeft een breder kader voor zowel fysiek, economisch, sociaal als cultureel beleid.

Hoogezand-Sappemeer wil in 2015 een middelgrote levendige woon- en werkgemeente zijn, volop profiterend van haar unieke positie vlakbij Groningen en tegelijk met een eigen identiteit in een prachtig groene omgeving.

De ambitie die de gemeente zich voor 2015 gesteld heeft, luidt als volgt: 'Hoogezand-Sappemeer wil in 2015 een middelgrote levendige woon-en werkgemeente zijn, volop profiterend van haar unieke positie vlakbij de grootste stad van Noord-Nederland en tegelijk met een eigen identiteit in een prachtige groene omgeving'. Om hieraan vorm te kunnen geven zijn vier richtinggevende thema's geformuleerd, waarvan de eerste twee vooral relevant zijn:

  • Positionering in de regio (schragen en schurken) - Hoogezand-Sappemeer is in de regio een vestigingsplaats van betekenis voor industriële bedrijvigheid;
  • Bestaansbasis: wonen én werken – de inzet is de gemeente verder te ontwikkelen als prettige woongemeente. De werkgelegenheid blijft daarentegen belangrijk in de gemeente; zowel in groeisectoren als zorg, detailhandel, dienstverlening en recreatie als ook koestering van de industriële werkgelegenheid;
  • Sfeer en uitstraling: veilig, gezellig en actief;
  • De mens centraal: gevarieerd en samen.

Ten aanzien van de bedrijventerreinen wordt ingezet op een betere benutting van de bestaande bedrijventerreinen en invulling van nog uit te geven terreinen. Herstructurering en intensivering dienen ervoor te zorgen dat er geen grootschalige uitbreidingen van bedrijventerreinen nodig zijn. Hoogezand-Sappemeer zet zich in voor afstemming en thematisering op regionaal niveau. Hierbij kiest zij voor versterking van hoogwaardige en gemengde bedrijven op de bedrijventerreinen en het verder stimuleren en ruimte geven aan lokale werkgelegenheid in (kleinschalige) zakelijke dienstverlening, startende bedrijven, zorg en toerisme.

Structuurvisie 2010
De fysieke- en ruimtelijke componenten uit Boeg Beelden 2015 zijn uitgewerkt in een nieuwe structuurvisie voor de gehele gemeente onder de titel "Boegbeelden komen tot leven". De structuurvisie is in 2010 vastgesteld door de gemeenteraad.

Hoogezand-Sappemeer heeft een flink aantal bestaande bedrijventerreinen. Van oorsprong is de industrie het meest vertegenwoordigd en zijn de terreinen voor zware categorieën ingericht. Met de beleidskeuze om meer accent op het wonen te krijgen blijven wij tegelijk zuinig op onze werkgebieden, maar ook op onze ruimte in de gemeente. Gezien de benodigde ruimtevraag van afgelopen decennia voor bedrijvigheid en de stedenbouwkundige structuur van de gemeente maken wij de bewuste afweging eerst te kiezen voor het vullen van bestaande bedrijventerreinen en het accent op revitalisering te leggen in plaats van een nieuw terrein te gaan ontwikkelen.

De structuurvisie gaat uit van de bestaande ruimtelijke setting waar de bedrijven zijn gevestigd op de bedrijfsterreinen langs de A7-zone (Bedrijvenpark Rengers), Sappemeer-Oost en het Winschoterdiep. Langs het Winschoterdiep bevindt zich een historisch industrielandschap met twee verschillende zones, oostelijk en westelijk van de Kerkstraat. In de zone oostelijk van de Kerkstraat liggen bedrijven die, gelet op de woonfunctie van het Noorderpark-Margrietpark op den duur beter elders plaats kunnen krijgen. In de zone westelijk van de Kerkstraat (tot aan Westerbroek) zijn terreinen gelegen waar bedrijven tot categorie 5 (zware bedrijvigheid) gevestigd kunnen worden. De ontwikkelingsmogelijkheden van bedrijven worden hier gestimuleerd, rekening houdend met de bestaande bebouwing (o.a. in Westerbroek en Foxhol). Naar onze opvatting moeten hierbij milieubewuste (duurzame) vormen van ondernemen nadrukkelijk ruimte krijgen. Naar onze opvatting moeten hierbij de milieubewuste (duurzame) vormen van ondernemen nadrukkelijk ruimte krijgen.

In de Regiovisie Groningen-Assen werd in 2004 uitgegaan van een groei van 30 hectare bedrijventerrein in Hoogezand-Sappemeer. De gemeente werkt op het gebied van afstemming en uitgifte van bedrijventerreinen samen met de gemeenten in de regio Groningen-Assen. Geprobeerd wordt te komen tot afspraken over de grondprijzen en gezamenlijke bediening van het bedrijfsleven. Voor het toekomstige ruimtebeslag van de bedrijvigheid kiezen wij dus voor betere benutting van bestaande bedrijventerrein en realisatie van de nog uit te geven terreinen. Wij verwachten dat daarmee voldoende ruimte voorhanden is om de 30 hectare, zoals die in de regiovisie is omschreven in te vullen.

Economisch beleidsplan 2010-2014

Begin 2010 is het Economisch beleidsplan 2010-2014 vastgesteld, welke de economische beleidsnota "Hoogezand-Sappemeer werkt Door!" uit 2005 vervangt. De hoofdambitie van dit beleid is om de gewenste economische ontwikkeling in kaart te brengen en de werkgelegenheid te versterken binnen de lokale economie via activiteiten gericht op het direct en indirect faciliteren van het bedrijfsleven. Deze ambitie is verder uitgewerkt in doelstellingen en actiepunten rondom de volgende vier thema's:

  • Woon- werkomgeving: Optimaal benutten en behouden positie;
  • Arbeidsmarkt en scholing: Verhoging arbeidsparticipatie;
  • Economische structuur: benutten van de eigen kracht;
  • Organisatie en communicatie: Versterken verbindingen lokaal versus regionaal.

Op het gebied van bedrijventerreinen is de doelstelling om nu en op de langere termijn voldoende aanbod van goede kwaliteit bedrijventerreinen aan te bieden om ondernemers de ruimte te geven om te starten en door te groeien. Bij deze doelstelling zijn de volgende actiepunten geformuleerd:

  • Verkoop bedrijfskavels Rengers (fase 4) en op termijn ontwikkeling van fase 3.
  • Verkoop bedrijfskavels Foxhol.
  • Bemiddeling bedrijfskavels havengebonden bedrijventerreinen Westerbroek.
  • Bemiddeling bedrijfskavels Avebe.
  • Haalbaarheidsstudie uitvoeren Westerbroek West en woon-werk locatie in Sappemeer voor uitbreiding beschikbare bedrijventerreinen op langere termijn.
  • Participeren in programma bedrijventerreinen van de Regio Groningen-Assen 2030

Onderzoeken of naast bedrijvenpark Rengers ook andere bedrijventerreinen in de gemeente in aanmerking komen voor het keurmerk veilig ondernemen.

Welstandsnota Hoogezand-Sappemeer 2004

Met ingang van 1 juli 2004 is het voor elke gemeente in Nederland verplicht een (vastgestelde) welstandsnota te hebben. Is dit niet het geval, dan is de gemeente niet meer bevoegd een bouwplan op welstand te toetsen.

Met de gemeentelijke beleidsstukken; het bestemmingsplan en de welstandsnota, worden zowel de stedenbouwkundige opzet als de architectonische verschijningsvorm vastgelegd in een beleidskader. Nieuwe (bouwvergunningplichtige) bouwplannen dienen zowel aan het bestemmingsplan als aan de welstandsnota te worden getoetst.

Het welstandstoezicht maakt deel uit van het integrale ruimtelijke kwaliteitsbeleid van de gemeente. In de Welstandsnota Hoogezand-Sappemeer (vastgesteld april 2004) wordt per deelgebied een nadere analyse gegeven van het karakter en staan de welstandscriteria verwoord.

Het welstandstoezicht is met name gericht op het beheer van de bestaande bebouwing. Hier geldt een beleid van respecteren. Bij vernieuwing of nieuwbouw geldt een beleid van incidenteel wijzigen voor zowel plaatsing, hoofdvorm, aanzicht en opmaak. Voor Foxmart geldt grotendeels het revitaliseringsplan als richtlijn. Op zichtlocaties dient de vormgeving representatief te zijn.

Voor de bedrijventerreinen FoxMart zijn de volgende criteria genoemd:

Plaatsing

  • Zoveel mogelijk respecteren bestaande plaatsing in de voorgevellijn.
  • Onderlinge afstand zodanig dat bebouwingsbeeld open blijft.
  • Representatieve ruimtes prominent aanwezig en zoveel mogelijk situeren aan de voorzijde.
  • Aan de voorzijde gesloten wanden zoveel mogelijk voorkomen.

Hoofdvorm

  • Onderling verschil in omvang gebouwen is mogelijk.
  • Overwegend enkelvoudige geleding.
  • Plastiek sober tot gemiddeld.

Aanzicht

  • Eigentijdse (industriële) bouwstijl is mogelijk.
  • Zowel horizontale als verticale compositie is mogelijk.
  • Detaillering sober tot gemiddeld.

Opmaak

  • Gevarieerde kleurstelling.
  • Materiaalgebruik overwegend steen, beton en staal.
  • Reclame-uitingen worden ingepast in het totaalbeeld.

Het plan van Hoepman past binnen de uitgangspunten van het gemeentelijke beleid.

Hoofdstuk 3 Omgevingsfactoren

3.1 Geluid

Uit toetsing van het akoestisch rapport, d.d. 25 mei 2011, blijkt dat aan de eisen van het Zonebeheer wordt voldaan (zie Bijlage 1 Toetsing akoestisch rapport tbv zonebeheer).

Dit betekent dat de geluidsbelasting voor de omgeving niet zal toenemen.

3.2 Milieuzonering

Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende activiteiten (bedrijven) en milieugevoelige functies (o.a. woningen, scholen) ter bescherming of vergroting van de milieukwaliteit. Bij Milieuzonering wordt uitgegaan van milieunormen met een ruimtelijke dimensie. Het gaat om in afstanden uit te drukken aspecten als geluid, geur, stof en gevaar.

Bij de bedrijventerreinen binnen het bestemmingsplangebied Foxmart is sprake van een bestaande situatie, waarbij op sommige plaatsen de afstanden tussen woningen en bedrijven gering is.

Het bedrijventerrein Foxmart, waarin Hoepman Suikerwerken B.V. is gelegen, is destijds gezoneerd conform de richtafstanden van de VNG-publicatie “Bedrijven en Milieuzonering”(1999. In deze publicatie is voor een groot aantal bedrijfsactiviteiten de richtafstanden tot een rustige woonwijk aangegeven.

Naarmate het bedrijf in een zwaardere milieucategorie valt, zal de afstand tot de woonbebouwing groter moeten zijn. Om inzicht te krijgen in de milieucategorie van bedrijven wordt gebruik gemaakt van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Dit is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar de mate van belasting van het milieu. Hoe hoger de milieubelasting van een bedrijf, hoe hoger de milieucategorie zal zijn waaronder het bedrijf valt.

Hoepman Suikerwerken B.V. valt in milieucategorie 2.

Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Julianastraat met woningen. Qua afstanden levert dit geen problemen op.

3.3 Luchtkwaliteit

Met een wijziging in 2007 van hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is het Besluit luchtkwaliteit 2005 vervangen. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als:

  • Er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.
  • Een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt.
  • Een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

Met betrekking tot het wegverkeer, en indirect het railverkeer en de industrie, wordt met dit plan ruimschoots aan alle eisen van de 'Wet luchtkwaliteit' voldaan.

3.4 Bodem

Gemeentelijk Bodembeleid

De gemeente heeft in 2008 de gemeentelijke bodemkwaliteit vastgelegd in bodemkwaliteitskaarten. De gemeente is daarbij ingedeeld in zogenaamde homogene deelgebieden, gebieden waar op basis van historisch gebruik eenzelfde bodemkwaliteit wordt verwacht. Van deze gebieden is de bodemkwaliteit (mate van verontreiniging) bepaald.

De doelstellingen van het gemeentelijk bodembeleid zijn:

  • de bodem duurzaam geschikt te (laten) maken of te houden voor zijn (beoogde) functie;
  • verslechtering van de bodemkwaliteit binnen redelijke grenzen voorkomen;
  • de prioriteit bij sanering te leggen voor dynamische gevallen van bodemverontreiniging.

Actuele bodemkwaliteit

5.5 Bodem

Gemeentelijk bodembeleid

De gemeente heeft in 2013 de gemeentelijke bodemkwaliteit vastgelegd in bodemkwaliteitskaarten. De gemeente is daarbij ingedeeld in zogenaamde homogene deelgebieden: gebieden waar op basis van historisch gebruik eenzelfde bodemkwaliteit wordt verwacht. Van deze gebieden is de bodemkwaliteit (mate van verontreiniging) bepaald.

De doelstellingen van het gemeentelijk bodembeleid zijn:

  • De bodem duurzaam geschikt te (laten) maken of te houden voor zijn (beoogde) functie;
  • Verslechtering van de bodemkwaliteit binnen redelijke grenzen voorkomen;
  • De prioriteit bij sanering te leggen voor dynamische gevallen van bodemverontreiniging;

Actuele bodemkwaliteit

Het gebied waar het bestemmingsplan betrekking op heeft ligt in het homogene deelgebied 'Industrie van 1940 tot 1970'; de gemiddelde bodemkwaliteit van dit gebied is klasse Wonen..

afbeelding "i_NL.IMRO.0018.OV008Hoepman-20on_0005.png"

Van deze locatie is een bodemonderzoek beschikbaar. Tijdens een verkennend bodemonderzoek, uitgevoerd door de Grontmij in oktober 1994 zijn op de locatie alleen lichte verontreinigingen aangetroffen; de locatie is geschikt voor de huidige en toekomstige bestemming.

3.5 Flora en fauna

De bescherming van natuurgebieden wordt geregeld in de Natuurbeschermingswet. Deze wet is op 1 oktober 2005 in werking getreden. Op Europees niveau regelt de Natuurbeschermingswet het een en ander over Natura 2000 gebieden. Dit is een omvangrijk Europees netwerk van natuurgebieden. Op nationaal niveau biedt de Natuurbeschermingswet de juridische basis voor het Natuurbeleidsplan en de aanwijzing van te beschermen gebieden in Nederland.

De soortbescherming is in de Flora- en faunawet geregeld. Deze wet is op 1 april 2002 in werking getreden. In de Flora- en faunawet heeft de overheid van nature in Nederland voorkomende planten- en diersoorten aangewezen die beschermd moeten worden. Ook beschermde soorten die onder de Europese richtlijnen vallen zijn hierin opgenomen (Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn). Een initiatiefnemer moet vooraf inventariseren welke beschermde soorten aanwezig zijn in een gebied waar een ingreep is gepland. Ook moet hij in redelijkheid alles doen of laten om te voorkomen, of zoveel mogelijk te beperken, dat de artikelen 8 t/m 12 van de Flora- en faunawet worden overtreden (verbodsbepalingen nadelige handelingen beschermde plant- en diersoorten). Voor vogels betekent dit onder meer dat in het broedseizoen geen werkzaamheden mogen plaatsvinden die broedende vogels of hun nesten kunnen schaden (weidevogels 1 april t/m 15 juni, overige soorten 15 maart t/m 15 juli).

De gemeente Hoogezand-Sappemeer wil bij de ontwikkeling van ruimtelijke plannen een volwaardige plaats toekennen aan de natuurwaarden in het betreffende gebied. Om dit streven waar te kunnen maken zijn voor de hele gemeente de natuurwaarden in kaart gebracht in de vorm van een Ecologische Basiskaart ("Ecologische Basiskaart Gemeente Hoogezand-Sappemeer", Altenburg & Wymenga, januari 2007). Hierop staan alle beschermde natuurgebieden aangegeven en is een inventarisatie van beschermde soorten weergegeven. De kaart vormt dan ook de basis om in een vroegtijdig stadium ecologische waarden in een plangebied te onderkennen om deze vervolgens te beoordelen in relatie tot de ruimtelijke ontwikkeling.

Voor de kaart is geput uit gegevens van diverse landelijke natuur- en landschapsorganisaties. Daarnaast is veel waardevolle informatie op lokaal niveau verkregen door gesprekken met in de gemeente werkzame organisaties en actieve natuurgroeperingen. Voor de basiskaart is geen veldonderzoek verricht. De Ecologische Basiskaart dient, zoals de benaming al aangeeft, als een basisdocument. Wanneer uit de basiskaart blijkt dat in het betreffende gebied zwaar- of middelzwaar beschermde soorten voorkomen (in het kader van de Flora- en faunawet), zal een afwegingsmodel behorende bij de basiskaart duidelijk moeten maken of een nader veldonderzoek noodzakelijk is. Het vaste voornemen is de basiskaart constant actueel te houden en aan te vullen met nieuwe gegevens. Ook hierbij wordt veel waarde gehecht aan de inbreng van lokale groeperingen en belangstellenden.

Bij de ecologische beoordeling van de locatie is gebruik gemaakt van de Ecologische Basiskaart. Gekeken is welke status het plangebied heeft en wat zijn ligging ten opzichte van natuurgebieden is. Hierna wordt verslag gedaan van alle voorkomende beschermde soorten zoals geïnventariseerd op de Ecologische Basiskaart.

Gebiedsbescherming

Het plangebied bevindt zich niet in een gebied met een beschermde status. Het dichtstbij gelegen gebied met een beschermde status is het Foxholstermeer dat in westelijke richting van het plangebied, op ca. 1,5 km afstand ligt. Het is aannemelijk dat de werkzaamheden die in het plangebied plaats zullen vinden geen invloed hebben op dit natuurgebied.


Soortbescherming

Er is een inventarisatie gemaakt van de in het plangebied voorkomende beschermde soorten. Hoewel uit de kaart blijkt dat de kwaliteit van het onderzoek in het betrokken gebied slecht is, is aangegeven dat geen beschermde libellen, vogels en overige insecten zijn te verwachten. Er wordt aangegeven dat het gebied geschikt kan zijn voor vier verschillende vleermuissoorten. Dit betekent dat in het plangebied mogelijk vleermuizen aanwezig kunnen zijn. Van deze dieren kan vermeld worden dat de hele gemeente een geschikte habitat voor hen vormt. Vleermuizen maken gebruik van bebouwing als verblijfplaats. Daarnaast maken vleermuizen gebruik van bomen als verblijfplaats. Doorgaande lijnvormige beplanting wordt gebruikt door vleermuizen om zich te oriënteren in het landschap als ze zich verplaatsen.

Temeer daar er geen bomen gekapt worden en op dit moment geen bebouwing gesloopt zal worden is het niet aannemelijk dat de werkzaamheden in het plangebied van significante invloed op genoemde soorten zal zijn. 

3.6 Cultuurhistorie en archeologie

De herziene Monumentenwet 1988 schrijft voor dat gemeenten eigen beleid voor de archeologische monumentenzorg voeren en bescherming bieden aan archeologische waarden in de bodem. De gemeente Hoogezand-Sappemeer heeft dit beleid vastgelegd in de Nota Archeologiebeleid met bijbehorende archeologische beleidskaart en Erfgoedverordening. Uitgangspunt van het beleid is het behoud van waardevolle archeologische waarden en van cultuurhistorische en cultuurlandschappelijke relicten.

De Erfgoedverordening en de Nota Archeologiebeleid zijn op 13 december 2010 door de gemeenteraad vastgesteld, en zijn sinds 23 december 2010 in werking.

Daarnaast hanteert de gemeente de Actuele Archeologische Verwachtingskaart, die is gebaseerd op de Beleidskaart Archeologie. Op deze kaart staan de archeologisch te beschermen gebieden aangegeven. Op de Actuele Archeologische Verwachtingskaart wordt ook alle nieuwe informatie verwerkt, bijvoorbeeld uit archeologische onderzoeken. De kaart is in te zien op de gemeentelijke website.

Op basis van bovenstaande wordt gesteld dat de geplande ruimtelijke ontwikkelingen zonder archeologisch voorbehoud kunnen worden uitgevoerd.

De ruimtelijke ontwikkeling heeft geen betrekking op een monument.

3.7 Verkeer en parkeren

Hoepman Suikerwerken B.V. ligt gunstig ten opzichte van de hoofdverkeersstrucutuur. De plaatsing van deze silo heeft geen gevolgen voor de parkeerdruk. De silo wordt geplaatst op een stuk eigen grond dat niet als parkeerplaats gebruikt wordt. Ook heeft de plaatsing van de silo geen gevolgen voor laad- en losbewegingen. Die vinden vooral plaats bij de laad- en losplaatsen aan de noordzijde van het pand. Het is reëel te veronderstellen dat de plaatsing van de silo geen effecten heeft op verkeer en vervoer.

Hoofdstuk 4 Maatschappelijke en economische verantwoording

4.1 Maatschappelijke verantwoording

Vooroverleg

Voor de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° Wabo is volgens artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing.

In het kader van deze omgevingsvergunningen wordt afgezien van dit zogenaamde bestuurlijke vooroverleg. Er zijn voor dit plan geen rijks- of provinciale belangen in het geding, zodat deze instanties niet benaderd hoeven te worden (overeenkomstig de brief van de minister van VROM van 26 mei 2009/ brief van het college van GS van Groningen van 20 mei 2011).

De ontwerp-omgevingsvergunning heeft zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode bestond de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen.

Terinzagelegging ontwerpbesluit

De ontwerp-omgevingsvergunning heeft op grond van Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, gedurende zes weken ter inzage gelegen voor eenieder. Binnen de gestelde termijn is een zienswijze ingediend. De reacties op de zienswijzen zijn verwerkt in de Nota van zienswijzen en als bijlage toegevoegd.

4.2 Economische verantwoording

De kosten die gepaard gaan met het plan worden door de 'initiatiefnemer' gedragen. Alle kosten komen voor rekening van de ontwikkelaar oftewel .

Om het risico op eventuele claims van planschade af te dekken, wordt op grond van artikel 6.4a Wro met Hoepman Suikerwerken B.V. een planschadeverhaalsovereenkomst afgesloten, waarin Hoepman Suikerwerken B.V. verklaart de eventueel uit te keren planschade te zullen vergoeden aan de gemeente.

4.3 Duurzaamheid

De suikersilo dient louter voor de opslag van suiker.

Op gebied van duurzaamheid zijn dan ook geen bijzondere prestatie te leveren noch te verwachten. Daar leent het te realiseren object zich niet voor.